Inhoudsopgave


Inleiding                                    blz  2

 

1.  Missie en visie van de school                     blz 3

1.1 Het samenwerkingsverband

    

2.  Basisondersteuning.                             blz 4

 

2.1 Handelingsgericht werken

2.2 Kenmerken van de Hoflandschool

2.3 Taakverdeling

2.4 Preventieve ondersteuning

                    

3. Aanbod basisondersteuning                        blz 7

3.1 handen in de klas

3.2 leermiddelen

3.3 ruimtelijke omgeving

3.4 expertise

 

4. De ondersteuningsroute                          blz 9

4.1 niveau 1&2

4.2 ondersteuning van externen

4.3 niveau 3

4.4 niveau 4

 

5. Plaatsingsprotocol                             blz 12

 

6. Groeimogelijkheden en kansen                    blz 14

    

    6.1 expertise uitbreiden en ontwikkelen

 

7. Grenzen                                              blz 16



 


Inleiding


Met ingang van 1 augustus 2014 is de zorgplicht voor schoolbesturen ingevoerd.

Dat betekent dat het bestuur van de school verantwoordelijk is om alle leerlingen een passende plek te bieden.

Dit ondersteuningsprofiel geeft verheldering in hoeverre de onderwijsbehoefte van een leerling past bij de mogelijkheden van onze Hoflandschool. We hebben het ondersteuningsplan  geschreven voor de ouders, voor de professionalisering van het team, voor het bestuur en samenwerkingsverband.

 

communicatie met ouders

Het school- ondersteuningsprofiel is de basis voor de communicatie met ouders. In dit ondersteuningsprofiel beschrijven we hoe wij de zorg op onze school geregeld hebben Op basis van het profiel kan uitgelegd worden wat de school wel of niet voor hun kind kan betekenen.

Het ondersteuningsprofiel zal vrijwel nooit direct en eenduidig een antwoord bieden op die (éne) vraag; ieder kind en iedere situatie is uniek. Toch zal het ondersteuningsprofiel helpen om een beargumenteerde afweging te maken.

 

professionaliseringsbeleid

Het ondersteuningsprofiel ondersteunt het professionaliseringsbeleid van de school.

Op basis van dit document wordt bepaald welke competenties leerkrachten moeten beheersen om onderwijs en ondersteuning te verzorgen zoals de school heeft omschreven.

Het ondersteuningsprofiel brengt ambities van de school in kaart als het gaat om

extra ondersteuningsmogelijkheden. Deze ambities worden meegenomen in het

schoolplan en zijn medebepalend voor het professionaliseringsbeleid.

 

Samenwerkingsverband

Met het ondersteuningsprofiel kan het samenwerkingsverband en besturen snel informatie verzamelen over de basisondersteuning, over de zorgzwaarte, over de deskundigheid, de voorzieningen en over de eventuele extra ondersteuningsmogelijkheden van de scholen. Ze krijgen daarmee zicht op de dekking van het zorgaanbod binnen de eigen regio.



















 
  1. Missie en visie van de school:

 

De Hoflandschool staat voor:


We zijn een stabiele school waar kinderen leren naar hun mogelijkheden.

Door onze ervaringen met speciale leerlingen, kijken we naar de kansen van alle kinderen.

De Hoflandschool kijkt wat een kind nodig heeft om tot leren te komen, wat de sterke kanten zijn die we kunnen benutten. We hebben als uitgangspunt dat we zoveel mogelijk leerlingen binnen de eigen school verder helpen in hun ontwikkeling. Het betekent niet dat onze mogelijkheden onbegrensd zijn. We hebben als gesprekspartner de ouders nodig, ondersteuning nodig van het samenwerkingsverband en de clusterscholen.

 

De Hoflandschool wil een betrokken houding van ouders, leerkrachten en leerlingen, zodat de onderlinge en wederzijdse samenwerking, energie, transparantie en verdieping oplevert. De Hoflandschool wil een leeromgeving bieden waar kinderen, ouders en leerkrachten positief en realistisch denken over zichzelf en elkaar. We denken flexibel over de mogelijkheden die we met elkaar kunnen creëren.

De Hoflandschool wil een school zijn die kinderen een uitdagende leeromgeving biedt en waar kinderen een ontdekkende houding ontwikkelen.

 

De Hoflandschool is als onderdeel van de Stichting Katholiek Primair Onderwijs aangesloten bij het Samenwerkingsverband Passenderwijs 2604.  

 

1.1 Het samenwerkingsverband

Passenderwijs is het samenwerkingsverband van scholen voor primair onderwijs in de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden (uitgezonderd de scholen op Reformatorische grondslag). Passenderwijs ondersteunt deze basisscholen bij het vormgeven van Passend Onderwijs.

De basisondersteuning is door het samenwerkingsverband afgesproken onderwijszorg, die de school aan alle leerlingen moet kunnen bieden. De schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband, mogen binnen de kaders van de wet invulling geven aan Passend Onderwijs. Binnen Passenderwijs zijn afspraken gemaakt over de Basis- en Extra Ondersteuning.  Hoe de Hoflandschool vormgeeft aan  de basisondersteuning,  leest u in de volgende hoofdstukken.















 

2. Basisondersteuning

 

De leerlingen doorlopen een leer- en ontwikkelingsproces om de doelstellingen (referentieniveaus) van het basisonderwijs te halen. Het betreft zowel cognitieve als sociaal-emotionele doelen. Voor de meeste leerlingen zal dit proces zich op gemiddeld groepsniveau ontwikkelen. Sommige leerlingen ondervinden echter belemmerende factoren bij dit leer- en ontwikkelingsproces.

 

2.1. Handelingsgericht werken.

De Hoflandschool werkt  volgens de principes van handelingsgericht werken. Dat wil zeggen:

  1. doelgericht,

  2. een postitieve benadering,

  3. onderwijs- en opvoedbehoeften van het kind staat centraal,

  4. de leerkracht doet ertoe,

  5. afstemming en wisselwerking met de opgeving,

  6. samenwerking met ouders, kind, leerkracht en begeleiders,

  7. systematisch en planmatig.

 

2.2. Kenmerken van de Hoflandschool

De Hoflandschool biedt klassikaal onderwijs met aandacht voor verschillende instructievormen:  zelf ontdekkende leren, directe instructie en modelleren. Daarnaast maken de leerkrachten gebruik van verschillende coöperatieve werkvormen. De didactiek en het klassenmanagement worden gestuurd door de lesmethode, in handen van de leerkracht. Waar behoefte is en er mogelijkheden zijn, worden aanpassingen gedaan voor leerlingen die een andere benadering vragen. Alleen waar het niet anders kan wordt er gebruikt gemaakt van eigen leerlijnen en andere methodes. Wij denken dat wij onze huidige populatie kinderen zich optimaal ontwikkelen met deze onderwijsstijl, Bovendien kent de regio waar de Hoflandschool deel van uit maakt, weinig financiële urgentie om minder leerlingen te verwijzen naar speciaal (basis)onderwijs vanwege de landelijke verevening. Er is dus weinig extrinsieke motivatie om het onderwijsconcept te veranderen.

 

De flexibiliteit van de aanpak zit vooral in de kindgerichte houding van het team: de leerkrachten gaan steeds de dialoog met de leerling aan. Door de open houding en de vanzelfsprekende tolerantie van verschillen, is er in de sociale omgang op school ruimte voor veel kinderen. Wij hebben meerdere kenmerken van een smalle zorgschool in onze school.


2.2 taakverdeling

De taken van de leerkracht

zelf ontdekkend leren (zon),

directe instructie (maan) en

modelleren (ster)

Er wordt naar gestreefd om steeds zoveel mogelijk leerlingen met eenzelfde niveau te clusteren voor een passend aanbod. Als er voor een leerling individuele aanpassingen zijn (bijvoorbeeld RT buiten de klas) dan wordt dit in een individueel handelingsplan vastgelegd. In een handelingsplan wordt rekening gehouden met de positieve factoren die een leerling kunnen helpen en belemmerende factoren die een ontwikkeling in de weg kunnen staan. Handelingsplannen hebben een remediërend karakter en zijn er op gericht om een leerling zo snel mogelijk weer aan te laten sluiten bij de groep. Ook bij het opstellen van de handelingsplannen kan de hulp van de Intern begeleider worden ingeroepen. Ouders worden op de hoogte gesteld van de plannen.

Groepsoverzichten en groepsplannen worden tenminste twee keer per jaar opgesteld, naar aanleiding van de CITO-resultaten, methodetoetsen en observaties van de leerkrachten. Tussentijdse aanpassingen op basis van nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk. Deze plannen worden geëvalueerd tijdens groepsbesprekingen met de IB-er. Individuele handelingsplannen worden voor een RT-periode vastgesteld (3 RT-periodes van 10 weken per jaar). Individuele handelingsplannen worden aan het eind van een RT-periode geëvalueerd. We streven ernaar zoveel mogelijk kinderen in het groepshandelingsplan  op te nemen.

 

De taken van de intern begeleider (IB)

De IB-er

.

 

De taken van de RT-er

De remedial teaching die we hebben, zetten we in voor de risico lezers groep 4 en 5, en eventueel voor leerlingen waarvoor een arrangement vanuit  het samenwerkingsverband is aangevraagd.  We hebben meerdere kinderen met een rugzak. We hebben te maken met cluster 3 en 4. Voor deze kinderen komt twee keer per week een RT-er.

De RT-er

 

De directeur


2.3 Preventieve ondersteuning

Hieronder verstaan wij:

3.  Aanbod  basisondersteuning.

 

3.1 De hoeveelheid aandacht/handen in de klas

Met extra hulp voor de leerkracht en de kinderen is het mogelijk om meer kinderen te ondersteunen in hun leerproces.

We hebben gemiddeld de beschikking over 3 à 4 uur ondersteuning per week per klas met behulp van  

 

3.2 Leermiddelen

De Hoflandschool heeft specifiek toegesneden onderwijsmaterialen met speciale didactische kenmerken:

onderwijsmaterialen met speciale pedagogische kenmerken:

Speciale vulpennen, potloden en speciale schriften van de Schrijfvriend, de motokist met oefenmateriaal t.b.v. de fijne motoriek, observatiebladen van de Schrijfvriend, potloodgreepjes, gumpennen, stroeve linialen,matjes


3.3 De ruimtelijke omgeving

De Hoflandschool heeft extra grote lokalen en speelruimten. Het speelplein, in gezamenlijk gebruik met obs. De Eendracht, is extra groot en heeft aantrekkelijk spelmateriaal. De Hoflandschool heeft ook een speel-/gymlokaal voor de onderbouw  tot haar  beschikking. De school is rolstoeltoegankelijk, maar er zijn geen toiletvoorzieningen voor rolstoelgebruikers.

 

3.4 De expertise

Wij onderscheiden specifieke expertise en teamexpertise.

Specifieke expertise kunnen we halen bij één of meer interne collega’s

De beschikbaarheid van expertise (gecertificeerd) op specifieke gebieden is bij de Hoflandschool als volgt:

 

gecertificeerde leerkrachten om Kanjertraining te mogen geven.

twee LB leerkrachten, zij zijn excellente leerkrachten die ook ondersteunend kunnen zijn voor collega’s.

twee leerkrachten met een RT opleiding.

twee leerkrachten met de opleiding motorische RT

twee leerkrachten met de opleiding Special Education Needs

dyslexiespecialist

 

het team

Het team van de Hoflandschool heeft recent expertise opgedaan op het gebied van de Kanjertraining voor de sociaal emotionele ontwikkeling en  coöperatieve werkvormen.

Ook hebben we voorlichting gekregen over DCD. Verder met in het team aan de orde geweest de gesprekken met ouders, communicatie en feedback in het team en klassenmanagement waaronder omgaan met klassenregels.


We begeleiden met succes leerlingen met speciale onderwijsbehoeften op onze school;

 

kinderen met taal-spraakproblemen

kinderen met stoornissen uit het autismespectrum ASS

een leerling met Gilles de la Tourette

kinderen met Dyslexie

kinderen met DCD

kinderen met A.D.H.D. en A.D.D

kinderen met Nederlands als tweede taal

kinderen met een ontwikkelingsachterstand

kinderen met sociaal-emotionele problemen

 

Voor meerdere kinderen krijgen we extra ondersteuning in de vorm van gelden of begeleiding.
























 
  1. De ondersteuningsroute

De ondersteuningsroute die gehanteerd wordt in ons samenwerkingsverband Passenderwijs bestaat uit vier niveau’s (zie hieronder). Niveau 1 t/m 3 behoren bij de Basisondersteuning; niveau 4 behoort tot de Extra Ondersteuning. De ondersteuningsroute van Passenderwijs beoogt tot een passend aanbod voor ieder kind te komen, op een efficiënte, transparante en slagvaardige manier.

    1. Niveau 1 & 2

De ondersteuningsroute begint in de school met de meest essentiële personen rondom het kind: de leerkracht en de ouders/verzorgers. Zij delen de zorgen en zoeken naar een oplossing.

Wanneer de leerkracht en ouders/verzorgers er samen niet uitkomen, dan wordt een beroep gedaan op de verdere zorgstructuur binnen de school. Vaak is intern begeleider op school het volgende aanspreekpunt. Gezamenlijk wordt bekeken wat verdere stappen kunnen zijn.

Vanuit het samenwerkingsverband wordt op niveau 2 het Meerpartijenoverleg (MPP) aangeboden. Bij het MPO kunnen ook de schoolbegeleidingsdienst en CJG/GGD aanschuiven. Wanneer de school vragen rondom leerlingen of groepen, kunnen zij deze in dit overleg kwijt. Het doel is preventief sparren. Soms komt hier een verwijzing of aanmelding bij het samenwerkingsverband uit voort. Op dat moment wordt dit altijd overlegd met ouders. De bespreking is met toestemming van ouders en anders anoniem

 

4.2. Ondersteuning van externen

 

Logopedie.

Vanuit de gemeente is een logopedist verbonden aan onze school. Zij screent leerlingen eind groep 1 op taal- en spraakontwikkeling. De ouders en leerkracht worden van de resultaten op de hoogte gebracht. Er worden zo nodig adviezen gegeven op onderdelen van de taal- / spraakontwikkeling. Als behandeling gewenst is, wordt een leerling verwezen naar een vrij gevestigde logopediepraktijk. De internbegeleider en logopediste informeren elkaar regelmatig.

De schoollogopediste volgt leerlingen met afwijkende  ontwikkelingen  elk jaar door een korte controle, waarna ouders en leerkrachten in kennis worden gesteld van de bevindingen en ontwikkelingen.

 

Fysiotherapie.

Als de leerkracht opvallende motoriek ziet, vraagt zij de iber om mee te kijken. Wanneer de iber het ook nodig vindt wordt het advies aan de ouders gegeven contact op te nemen met een fysiotherapeut. Iber, fysiotherapeut en ouders informeren elkaar over de bevindingen, de ontwikkelingen en testresultaten. We werken samen waar mogelijk is, om optimaal te profiteren van elkaars expertise ten behoeve van de leerling. Zij hebben (telefonische)gesprekken en zorgen voor schriftelijke verslaglegging.

 

Speltherapie/creatieve therapie/kinderpsycholoog

We kunnen ouders van de kinderen adviseren contact te zoeken met  therapeuten die kinderen kunnen stimuleren  in hun sociaal emotionele ontwikkeling. We hebben goede ervaringen met De Speltuin, Pezzetino en SpelZaal en Elphin.



 

Taalondersteuning kleuters.

Vanuit de gemeente bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van taalondersteuning voor die leerlingen die bij de CITO taal voor kleuters een D (IV)- of E (V)-score halen. Deze ondersteuning wordt betaald uit VVE-gelden (Voor- en Vroeg-schoolse Educatie)Voor een periode van een half jaar krijgen deze leerlingen 2x per week een half uur extra taalonderwijs van een taalondersteuner. Het behandelplan en de evaluatie worden met de leerkracht besproken. Om hier gebruik van te kunnen maken moet de school elk half jaar de CITO-resultaten van deze toets doorgeven aan de gemeente.

 

Leeskliniek

Voor kinderen uit de groepen (eind) drie, vier en (begin) vijf bij wie het leesproces (bijna) niet op gang komt, kan hulp worden geboden vanuit de Leeskliniek. De leeskliniek is een aanbod van het samenwerkingsverband.  De Leeskliniek biedt consultaties en behandelingen, waarbij de leerkracht ondersteund wordt en de ouders actief bij het leesproces worden betrokken.

 

Schakelklas/taalklas

Schakelklassen of taalklassen zijn bedoeld voor zowel autochtone als allochtone leerlingen in het basisonderwijs, in onze gemeente voor leerlingen uit groep 2 tot en met 6, die een dusdanige achterstand hebben in de Nederlandse taal, dat zij niet (meer) met succes kunnen deelnemen aan het reguliere onderwijs. In aparte groepen of groepjes krijgen deze leerlingen, met behulp van effectieve methoden, intensief taalonderwijs. Deze intensieve aanpak is erop gericht om de achterstand weg te werken, zodat de leerling daarna weer kan deelnemen aan het reguliere onderwijs.

 

GGD.

De jeugdverpleegkundige en jeugdarts komen jaarlijks op school voor een screening van leerlingen uit groep 2 en 7. Opvallende zaken worden met de groepsleerkracht en IB’er besproken.

 

CJG

Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) is een plek waar ouders, kinderen en jongeren tot 23 jaar en professionals terecht kunnenmet al hun vragen over opvoeden en opgroeien. In het CJG werken jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen, pedagogen en maatschappelijk werkers nauw samen. Het CJG wordt in onze regio vorm gegeven door Careyn en de GGD Midden Nederland en is gevestigd aan de Hoofdweg.

 

Buurtnetwerk

Vanaf 2004 bestaat er buurtnetwerk per kern. De Hoflandschool neemt deel aan het buurtnetwerk van Mijdrecht. Het doel van het buurtnetwerk is signalen te bespreken en tot afspraken te komen met behulp van de deelnemers. Problemen die besproken worden zijn vaak zorgelijke ontwikkelingen op het gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling, bijvoorbeeld verwaarlozing of  onveilige thuissituatie. De In het buurtnetwerk is de voorzitter de maatschappelijk werker, verder zijn vertegenwoordigd het consultatiebureau, de verpleegkundige van de GGD, de peuterspeelzalen, de BSO de intern begeleiders van de basisscholen en de zorgcoördinator van het voortgezet onderwijs. Signalen kunnen met naam  (als er toestemming is) of anoniem besproken worden. Signalen komen elke bijeenkomst terug in de bespreking.

 

4.3 niveau 3

Wanneer er meer ondersteuning nodig is voor een leerling of een groep, kan de school aanmelden bij het Loket. Een aanmelding wordt gedaan via het Groeidocument. Het Groeidocument geldt voor alle hulpaanvragen aan het samenwerkingsverband!

De  intern begeleider mailt hiervoor naar het Loket en het Groeidocument wordt voor de betreffende leerling of groep aangemaakt. In het Groeidocument kunnen scholen hun vragen en specifieke informatie zetten.  Ouders van aangemelde leerlingen kunnen altijd meelezen in dit document via een digitale link. Deze krijgen zij toegestuurd. Natuurlijk gebeurt het alleen als ouders toestemming hebben gegeven.

Wanneer de aanmeldingsinformatie compleet is, wordt deze bekeken door de coördinatoren. Zij zitten wekelijks bij elkaar en bespreken of er sprake is van een hulpvraag op niveau 3 (aanvullend op de basisondersteuning, passend binnen een consultatie, een leeskliniek of een training) of niveau 4 (extra ondersteuning in de vorm van arrangementen).

 

4.4 Niveau 4

 

Extra ondersteuning

Kinderen met intensievere, complexe onderwijsbehoeften kunnen in aanmerking komen voor een arrangement. Met dit arrangement wordt geprobeerd op een zo passend mogelijke manier aan de onderwijsbehoeften tegemoet te komen, wat de ontwikkeling van een kind ten goede komt. De arrangementen worden jaarlijks bijgesteld, indien nodig.

 

Arrangementen binnen de basisschool

Binnen de basisschool kunnen deskundigen of extra financiële middelen worden ingezet, om daarmee doorverwijzing naar een andere school te voorkomen. In een aantal gevallen is een combinatie van beide arrangementen (Intensieve ondersteuning gericht op het kind en Eigen Ondersteuningsbudget) ook mogelijk.

Met het arrangement Intensieve ondersteuning gericht op leerkracht (co-teaching) wordt de leerkracht ondersteund door een co-teacher, gericht op een specifieke leerling of de gehele groep. De leerkracht en co-teacher geven samen les en werken samen in het vinden van oplossingen.

Deze arrangementen worden toegekend door de centrale toekenningscommissie van Passenderwijs 26.04. De manier van werken en het ondersteuningsaanbod van Passenderwijs is beschreven in het Ondersteuningsplan en beschikbaar op de website

www.passenderwijs.nl.











 
  1. Plaatsingsprotocol

 

Nieuwe kinderen voor de Hoflandschool onderscheiden we in twee groepen. De kinderen die gaan instromen in groep 1, dat zijn de onder-instromers. Zij komen van de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. De kinderen die al op een basisschool hebben gezeten en door verhuizing of conflictsituatie van basisschool gaan veranderen, noemen we  zij-instromers. Kinderen uit  het speciaal basisonderwijs die zich zodanig ontwikkelen dat zij terug kunnen stromen naar het basisonderwijs noemen we ook zij-instromers.

 

Onder-instromers

Zij-instromers

1  Ouders kunnen hun kind op elk

gewenst moment, maar tenminste 10

schoolweken voor gewenste

toelatingsdatum, aanmelden bij een

school van voorkeur.

Niet van toepassing

2  Ouders richten op verzoek van school

vanaf 3 jaar maar uiterlijk 10 school-

weken voor de eerste schooldag van

het kind een schriftelijk verzoek tot

inschrijving aan de school.

Ouders doen een schriftelijk verzoek tot

inschrijving aan de school van hun

voorkeur.

3  De directeur beoordeelt op basis van gegevens of extra informatie wenselijk is.

heeft. De intern begeleider of locatieleider zoekt contact met de school/instelling van

herkomst. Als de leerling uit het buitenland komt verzoekt de locatieleider de ouders gegevens te overleggen waaruit de behoefte aan extra ondersteuning blijkt.

4  Indien geen sprake is van extra ondersteuning wordt het kind binnen 6 weken na

het verzoek tot inschrijving toelaatbaar geacht tot de betreffende school.

Bij extra ondersteuning worden de volgende stappen gevolgd.

 

Bij extra ondersteuning worden de volgende stappen gevolgd.

5

De locatieleider en de intern begeleider van de school onderzoekt in overleg met ouders op basis van gegevens welke extra ondersteuning voor het kind nodig is. Zij  bespreken met de ouders of ouders welke ondersteuning zij kunnen bieden. Het team wordt geïnformeerd en naar de mogelijkheden op dat moment gevraagd. De coördinator van Passenderwijs 26.04 kan hierbij ondersteunend optreden.

6

Na vaststelling van de ondersteuningsbehoefte besluit de school of een passend

aanbod geboden kan worden. Hierbij hebben de directie en de intern begeleider een doorslaggevende rol. Het ondersteuningsprofiel van de

school en de mogelijkheden van Passenderwijs 26.04 in de vorm van

arrangementen extra ondersteuning zijn  twee belangrijke pijlers.

Indien een passend aanbod geboden kan worden, wordt het kind binnen zes

weken na het verzoek tot inschrijving toelaatbaar tot de Hoflandschool.



 

Indien het kind niet toelaatbaar wordt geacht, worden de volgende stappen gevolgd.

7

Als de school geen passend aanbod kan bieden, zoekt de school binnen 6 weken

na verzoek tot inschrijving een school die wel een passend aanbod kan bieden.

Deze termijn mag 1 keer met maximaal vier  weken verlengd worden. De

coördinator van Passenderwijs 26.04 wordt in deze situatie betrokken bij het

proces. De school bespreekt met ouders en de coördinator van Passenderwijs

26.04 op basis van de vastgestelde onderwijsbehoefte welke scholen binnen de

regio passend onderwijs kunnen bieden. In geval dit speciaal (basis) onderwijs

betreft, wordt een traject richting het aanvragen van een

toelaatbaarheidsverklaring in gang gezet.

8

Tot het moment van plaatsing op de meest passende school, blijft de school waar

het verzoek tot inschrijving is gedaan formeel verantwoordelijk voor de zorgplicht.

Als er na 10 weken geen besluit is genomen over de toelating van het kind op de

meest passende school, heeft het kind recht op een tijdelijke plaatsing op de

school waar het verzoek tot inschrijving is gedaan.










































 

6. Groeimogelijkheden en kansen  binnen het team


6.1 Pedagogisch handelen met een positieve attitude

Het huidige team heeft een kindgerichte houding.  We willen dat nieuwe teamleden deze houding ook hebben of het zich zo snel mogelijk eigen maken. Zij kunnen daarbij ondersteuning krijgen, maar een kindgerichte houding is een voorwaarde om op de Hoflandschool te mogen werken.

We willen een positieve attitude van klasgenoten t.a.v. kinderen met speciale behoeftes.  We kunnen dit bewerkstelligen door ook de ouders hierin te betrekken. Uit onderzoek is gebleken dat leerlingen beïnvloed worden door de mening van hun ouders. Het is dus belangrijk dat ouders ook een positieve houding hebben t.a.v. medeleerlingen met extra zorg. Voor elkaar zorgen, samenwerken met een klasgenoot die niet zo snel is hoort  daarbij.



 

6.2 Pedagogisch klimaat

Het pedagogisch klimaat is het geheel van aanwezige en gecreëerde omgevingsfactoren, die invloed hebben op het welbevinden van de leerlingen. En het welbevinden heeft weer invloed op de ontwikkeling van het leervermogen. De leervoorwaarden en de persoonsvorming staan centraal. We leren de kinderen met behulp van de Kanjertraining dat we elkaar vertrouwen, niemand speelt de baas, niemand lacht uit en niemand doet zielig.

Naast het werken met de kanjertraining in  alle groepen, het 2x per jaar afnemen van een sociogram   en  een leerlingvolgsysteem voor sociaal emotionele ontwikkeling (Vision).  In de voorwaardensfeer hebben we al veel bereikt, maar er zijn nog steeds gebeurtenissen die een professionele aanpak vragen. We streven ernaar dat alle leerkrachten gecertificeerd zijn om Kanjertraining te geven, we willen één of meerdere kanjer coördinatoren in school te hebben en ook gebruik te maken van de mogelijkheden die bij de Kanjertraining Praktijk te halen zijn  zoals intervisietraining.

 

6.3 Een groepsplan voor gedrag maken

We leren de gegevens van Vision en de sociogrammen te vertalen in haalbare doelen voor de groep. We werken doelgericht werken aan gedrag en welzijn van alle kinderen. Door middel van een groepsplan voor gedrag, hebben we onze kinderen helder in beeld en kunnen we doelen stellen om te groeien naar eerlijke, betrouwbare, sociaal vaardige, en verantwoordelijke mensen.

 

6.4 Educatief partnerschap

In het verleden was er een duidelijke taakverdeling tussen ouders en school. School was verantwoordelijk voor het onderwijs, de ouders voor de opvoeding. Nu vindt er een verschuiving plaats naar educatief partnerschap. Dat wil zeggen: opvoeding en onderwijs zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en school, al blijft het natuurlijk zo dat de school en de ouders verschillende eindverantwoordelijkheden hebben. Natuurlijk blijven de ouders eindverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. En de school blijft eindverantwoordelijk voor het onderwijs. Een voorwaarde voor goed educatief partnerschap is onderling vertrouwen tussen ouders en leraren.
De gedachte achter educatief partnerschap is, dat de school en de ouders een gemeenschappelijke inspanningsverplichting hebben. En zij streven hetzelfde doel na: de optimale ontwikkeling van het kind.

 

6.5 rekenproblemen
Voor de kinderen met rekenproblemen en dyscalculie willen we een protocol schrijven. Daarvoor is het noodzakelijk dat de leerkrachten en iber zich nog meer verdiepen in de achtergronden van mogelijke rekenproblemen.


6.6 Didactisch handelen

We willen dat leerkrachten om kunnen gaan met verschillende leerstijlen en leercompetenties bij  de invulling van de lessen, zonder de kerndoelen en de leerlijnen uit het oog te verliezen.

 

6.7. Ontwikkelingsperspectief

We willen in de nabije toekomst voor de kinderen met arrangementen en speciale onderwijsbehoeften het ontwikkelingsperspectief maken. De bedoeling van het ontwikkelingsperspectief is gezamenlijk(leerkrachten, deskundigen, ouders en leerling), doelgericht aan de ontwikkeling van een kind werken met een uitzicht op een zo hoog mogelijke  uitstroombestemming.

 

6.8 Coöperatief leren:

We maken ons het coöperatief leren steeds meer eigen en zetten het steeds vaker in. Coöperatief leren heet ook wel samenwerkend leren. Bij coöperatief leren gaat het om de samenwerking tussen sterkere en zwakkere leerlingen. Dit wordt gestimuleerd door coöperatieve werkvormen, waarbij kinderen in heterogene tweetallen of groepjes werken. De kinderen discussiëren samen over de leerstof, ze geven elkaar uitleg en informatie en vullen elkaar aan. Zij zoeken samen naar een oplossing en helpen elkaar. De gedachte achter samenwerkend leren is dat zowel de zwakke als de sterke kinderen hiervan leren. De zwakke leerlingen, doordat ze uitleg krijgen en aangemoedigd worden. De sterke leerlingen, omdat zij de stof op een hoger niveau leren beheersen als ze het aan anderen uitleggen.

 

6.9 Zelfstandig werken:

Zelfstandig werken in al haar facetten zou een stevige uitbreiding zijn van de ruimte voor verschillen bij leerlingen. Dit gaat verder dan het zelfstandig verwerken van leerstof: leerkrachten doorzien de effecten van hun handelen op de zelfstandigheid van de leerling en gebruiken de zelfsturing (weekplanning) van de leerlingen ten volle.

 

6.10 We willen onze materialen uitbreiden  om kinderen met speciale onderwijsbehoeftes te ondersteunen.

 

6.11 Scholing:

We werken aan de professionalisering van de teamleden door middel van scholing en vakliteratuur. We willen naast individuele scholing, zoveel mogelijk scholing in teamverband volgen om het zo goed mogelijk in de school handen en voeten te geven. De nascholing wordt ingevuld naar aanleiding van de bestaande doelen van de school.




















 

7. Grenzen stellen

 

Het team van de Hoflandschool denkt in mogelijkheden, maar dat betekent niet dat alles kan.

We moeten ook erkennen als wij niet meer een goede plek voor de leerling kunnen bieden.

 

7.1.Grenzen t.a.v.  de cognitieve en relationele ontwikkeling:

We ervaren onze grenzen als:

 

- de leerling in verhouding teveel aandacht vraagt van de leerkracht, waardoor het leerproces aan de groep te kort wordt gedaan.

- de leerling het gezag van de leerkrachten niet accepteert

- de leerling zijn/haar  impulsen/ emoties niet onder controle heeft en

storend  in de groep is, waardoor het onderwijsleerproces van de groep stagneert

- de leerling op geen enkel gebied vooruitgang maakt in zijn cognitieve ontwikkeling en niet meer competent is. Als blijkt dat de intelligentie op moeilijk lerend niveau ligt, een TIQ lager dan 80.   

- de leerling geen motivatie meer heeft voor het leren en het ook niet voor leerkracht/ouder wil doen.

 

-in de groep niet de cultuur van wederzijds respect de norm is maar eerder de straatcultuur.

 

- ouders niet coöperatief meewerken en denken, zich niet aan de gemaakte afspraken houden of  geen vertrouwen meer hebben in de kwaliteiten van het team.

 
    1. Grenzen t.a.v. de werkomstandigheden:

We ervaren onze grenzen als:

 

- de leerkracht, naast zijn werktijdfactor, structureel, meer dan 10% per week voor school werkt.

- het schoolbestuur, het samenwerkingsverband of  de regering te weinig financiële middelen beschikbaar stellen om de klassengrootte binnen de perken te houden. Hoe groot de groep kan zijn hangt van meerder factoren af, maar 30 leerlingen zou het maximale moeten zijn.  Een leerkracht is tot veel in staat, maar zij/hij blijft een mens.

Als het schoolbestuur, het samenwerkingsverband of de regering te hoge eisen stelt aan onderwijsvernieuwing en het tempo daarvan.

 

We hebben heel veel tools om het gewenste gedrag te stimuleren. We overleggen met de ouders, we vragen hulp bij externe instanties en doen een beroep op Passenderwijs. Wanneer de ontwikkelingen niet voldoende zijn moeten we onze grenzen duidelijk aangeven en een gespecialiseerde onderwijsplek voor de leerling zoeken.

 

7.3  Medisch handelen.

Over het algemeen kan men een drietal verschillende situaties onderscheiden, als het gaat over medische handelingen.

• een kind wordt ziek op school;

• ouders/verzorgers vragen om het verstrekken van medicijnen aan de leerling op school;

• bij een leerling zijn medische handelingen nodig in het kader van de wet-BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg). Bijvoorbeeld sondevoeding, het toedienen van een injectie of het meten van de bloedsuikerspiegel bij suikerpatiënten door middel van een vingerprikje.

t.a.v. punt 3:

Leerkrachten zijn niet verplicht en kunnen niet verplicht worden om medische handelingen te verrichten. Op de Hoflandschool zijn we van mening dat we bevoegd zijn om onderwijs te geven, en willen zelf geen medische handelingen verrichten. Wel willen we faciliteiten (ruimte) bieden aan derden (ouders, verpleegkundige, doktersassistent)  om de medische handelingen te kunnen doen.


7.4  Protocol “thuiszitters”.

De aanmeld- en plaatsingsprocedure zoals die in paragraaf  5 beschreven staat, heeft tot doel  duidelijk te maken op welke wijze er een passende onderwijsplek gezocht wordt. Daarmee voorkomen we dat leerlingen thuiszitten. Voor het geval dat…. hebben we in het Samenwerkingsverband de volgende afspraken gemaakt.

- In geval van absoluut verzuim dan wel schorsing van een reeds ingeschreven kind, vindt melding door de school plaats:

a) bij leerplicht van de betreffende gemeente volgens de richtlijnen van het verzuimbeleid van de school;

b) bij de coördinator van Passenderwijs 26.04.

In geval van absoluut verzuim van een nog niet ingeschreven kind, vindt afstemming door leerplicht plaats bij de coördinator van Passenderwijs.

-De school en/of leerplicht maakt bij de melding/afstemming inzichtelijk welke stappen/acties reeds zijn ondernomen en op welke wijze ouders betrokken zijn.

-De school en/of leerplicht besluiten of een actietafel (zie uitgelicht) gewenst is. Ook Passenderwijs kan hier een initiërende rol in nemen.

-Leerplicht en Passenderwijs overleggen structureel over de voortgang van plaatsing van thuiszitters waarbij een overzicht van thuiszitters door beide partijen wordt.